NED26-27 Moderne letterkunde in de samenleving
Naam cursus
Moderne letterkunde in de samenlevingUniversiteit
UvTPunten/Credits
5/6 ECCursusdatum
semester 1 (2026 - 2027)Inschrijfdatum
Locatie
Utrecht (UU)Naam docent
Dr. Siebe Bluijs (TiU) & Dr. Laurens Ham (UU)E-mail contactpersoon
Dr. Siebe Bluijs (TiU)Doel van de cursus
De student:
- kan moderne literatuur analyseren en interpreteren in het licht van relevante theorieën en methoden;
- kan actuele artikelen uit de letterkundige neerlandistiek en aanpalende disciplines kritisch lezen, vergelijken en toepasbaar maken in onderzoek en onderwijs;
- kan inzichten uit de gelezen literatuur, artikelen en de eigen analyse maatschappelijk ‘vertalen’ naar vormen die geschikt zijn voor bijvoorbeeld de media of cultuureducatie
- kan discussies over AI en digitale media verbinden aan inzichten uit literaire analyse.
Uitgebreide omschrijving
Uitgangspunt voor de moderne-letterkundecursus is de relevantie van de moderne literatuur voor het begrijpen van actuele thema’s, vraagstukken en gevoeligheden. De cursus leert de studenten enerzijds moderne literatuur te onderzoeken vanuit wetenschappelijke discussies en methodes die op dat moment relevant zijn in de neerlandistiek en daarbuiten, anderzijds de vaardigheden en de inzichten uit dergelijk onderzoek te vertalen naar een breder publiek, via vormen die geschikt zijn voor in het onderwijs en educatie, of de media.
De combinatie van die doelstellingen beantwoordt aan grote bestaande behoeften van de modern-letterkundige neerlandistiek op twee manieren:
- Er is landelijk genoeg modern-letterkundige onderzoeksexpertise voorhanden, maar studenten kunnen tot nog toe niet zo eenvoudig kennis maken met bestaand onderzoek aan andere universiteiten. Met deze cursus wordt die kennisdeling bevorderd.
- De buitenwereld – en dus ook de toekomstige werkgevers van de studenten – krijgt niet vaak of overtuigend genoeg uitgelegd waarom een letterkundig- analytische kijk op teksten en verhalen waardevol is. Deze cursus traint de studenten daarin.
De Masterlanguagestudenten krijgen gereedschappen aangereikt voor het analytisch benaderen van een tekst, het herformuleren van een maatschappelijk probleem tot een beantwoordbare vraag en het beoefenen van wetenschapscommunicatie, die zij telkens eenvoudig in hun toekomstige werkzaamheden kunnen implementeren. Die ambities van de cursus kunnen vertaald worden in enkele sturende vragen: Als je een gedegen literaire analyse kunt uitvoeren, wat wil je daar dan mee bereiken? Welke methoden zijn vanuit verschillende (interdisciplinaire) benaderingen daarvoor in te zetten? Hoe kun je literatuur in een sociale en mediale context presenteren en de rol van literatuur in de wereld duidelijk maken?
Een concretere afbakening van en de werkwijze in het vak kunnen duidelijk worden uit een toelichting bij de belangrijkste termen uit de leerdoelen:
- Onder ‘moderne literatuur’ valt in dit vak evenzeer de meest actuele literatuur als de intussen meer als historisch aanvoelende eerdere periodes, zolang de besproken en geanalyseerde primaire teksten inzichtelijk zijn voor actuele thema’s en debatten. In die zin kunnen millennialromans en klimaatpoëzie gemakkelijk naast naoorlogse klassiekers en romantische natuurgedichten staan.
- Tekstanalyse en -interpretatie staan centraal als basiscompetenties van de neerlandicus, die al verworven is in de vooropleiding, maar altijd nog verder geoefend kan worden. Andere theorieën en methoden kunnen uit het bestaande repertoire van de moderne letterkunde komen (literatuursociologie, representatie-analyse, mediatheorie, ideologiekritiek, enz.), of uit aanpalende disciplines (van literatuurwetenschap tot taalkunde of sociale geografie), zolang zij verrijkend werken voor de tekstanalyse en die relevant maken. Het kiezen van relevante theorieën en methoden, en ze samenbrengen in een geschikte vraagstelling, behoort tot de vaardigheden die de student leert of oefent. Cruciaal daarbij is dus het kunnen lezen van wetenschappelijke artikelen en ze operationaliseren voor nieuw onderzoek (ook in educatieve contexten).
- De student oefent ook vormen van wetenschapscommunicatie op verschillende terreinen: het literatuuronderwijs en andere vormen van educatie, of in geschreven journalistiek en andere media. De relevantie van literaire analyses en interpretaties voor actuele thema’s kunnen zij zo breder uitdragen. Op die manier leren de aankomende neerlandici hoe hun belezenheid en expertise in literair onderzoek een eigen relevantie hebben in problemen en vragen van nu, en ze leren die relevantie ook zelf duidelijk maken aan verschillende doelpublieken.
De leerdoelen dragen dan ook bij aan de eindtermen die landelijk geformuleerd zijn voor educatieve en algemene masters voor het onderdeel Moderne Nederlandse Letterkunde.
De eindtermen kunnen worden gekarakteriseerd met de Dublin-descriptoren ‘Kennis en inzicht’, ‘Communicatie’, ‘Oordeelsvorming’ en ‘Toepassen kennis en inzicht’. Bij de
Dublin-descriptoren ‘Kennis en inzicht’ en ‘Oordeelsvorming’ hoort bijvoorbeeld het leerdoel ‘kan moderne literatuur analyseren en interpreteren in het licht van relevante
theorieën en methoden’; bij ‘Oordeelsvorming’ en ‘Toepassen kennis en inzicht’ hoort bijvoorbeeld het leerdoel ‘kan actuele artikelen uit de neerlandistiek en aanpalende disciplines kritisch lezen, vergelijken en toepasbaar maken in onderzoek en onderwijs’; bij ‘Communicatie’ past bijvoorbeeld het leerdoel ‘kan inzichten uit de gelezen literatuur en de eigen analyse maatschappelijk “vertalen”, bijvoorbeeld in de media of in cultuureducatie’.
De kennis en vaardigheden die een docent Nederlands of een neerlandicus nodig heeft om goed literatuuronderwijs in de moderne letterkunde te verzorgen zijn aan verandering onderhevig. De literatuur zelf verandert, het onderzoek naar die literatuur gaat door transformaties heen, en de maatschappij, ten slotte, stelt ook andersoortige vragen aan de neerlandicus dan vroeger, zoals: hoe verhoudt literatuur zich tot nieuwe media? Wat is de rol van literatuur in een pluriforme samenleving? En welke rol kan literatuur spelen in het onderwijs van nieuwe generaties leerlingen?
Dit vak richt zich op de verdieping van de kennis van de primaire literatuur, verbreding van de belezenheid, inzicht in verschillende methoden en het verwerven van kritische, didactische en creatieve vaardigheden m.b.t. literatuur, literatuuronderwijs en journalistiek. In de colleges lees je primaire teksten náást academische publicaties over methodologische ontwikkelingen op het vlak van bijvoorbeeld literatuursociologie, representatiekritiek, mediatheorie, literatuurdidactiek, enzovoorts.
Leidende vragen zijn: welke veranderingen doen zich voor in de literaire cultuur, het literatuuronderzoek en het literatuuronderwijs? Hoe hangen die veranderingen samen? En hoe vertalen zij zich in de manier waarop neerlandici kennis over literatuur overdragen aan uiteenlopende groepen – van leerlingen tot volwassen lezers?
Dit jaar staat de relatie tussen literatuur, burgerschap en veiligheid centraal. De term ‘veiligheid’ speelde de afgelopen jaren een dominante rol in het publieke debat en is ook tot in de klaslokalen doorgedrongen. Enerzijds wordt er vooral vanuit conservatievere hoek scherp aangedrongen op het vergroten en versterken van de veiligheid in de samenleving: het begrip verwijst dan naar het (letterlijk of figuurlijk) wapenen tegen vermeende bedreigingen (militaire en digitale, maar ook ecologische) van ‘de Nederlandse’ manier van leven. Ook onder meer migratie en activisme worden als bedreigingen van de nationale soevereiniteit neergezet. Dit vertoog roept allerlei modern-letterkundige vragen op, omdat de literatuur zichzelf lange tijd heeft geïdentificeerd als een genre van politieke kritiek tegen de status quo. Welke plek is er voor activistische kunst in een wereld die de ruimte voor activisme steeds kleiner maakt? Moet kunst altijd een kritische rol in de samenleving spelen, of is het ook (of: juist!) gewenst als kunst dominante waarden weerspiegelt? En wie is eigenlijk de ‘best geïntegreerde’ burger: degene die zich aan heersende waarden conformeert of degene die ze uitdaagt? Dit soort vragen verkennen we vanuit de relatie tussen het veiligheidsdiscours en burgerschap, een domein dat belangrijker aan het worden is in het hedendaagse onderwijs.
Tegelijk verkennen we de andere kant van het veiligheidsdenken, dat vooral door progressieve mensen naar voren is gebracht: het vertoog over sociale veiligheid en inclusie. Er wordt vaker dan vroeger gewezen op de mogelijke schadelijke ‘triggers’ die literatuur teweeg kan brengen, bijvoorbeeld door het verspreiden van racistische denkbeelden en het verbeelden van seksisme en seksueel geweld. Hoe moeten we hier als samenleving en in de klas mee omgaan? ‘Moeten’ leerlingen alles blijven lezen of is het beter om bepaalde teksten en denkbeelden bij ze weg te houden? En hoe verhoudt sociale veiligheid zich tot het eerdergenoemde thema burgerschap? Binnen een burgerschapsleerlijn lijkt het cruciaal om studenten ‘buiten hun comfortzone te laten treden’ door middel van boeken, maar hoe zorg je ervoor dat dit gebeurt in een veilige leeromgeving?
In de cursus stellen we kortom grote didactische, ethische en politieke vraagstukken aan de orde over de manieren waarop literatuur aan burgerschap zou kunnen bijdragen en tegelijkertijd veilig zou kunnen/moeten zijn – of net die veiligheid zou kunnen/moeten uitdagen. In deze cursus zoek je naar antwoorden op deze vragen door je te verdiepen in literaire debatten die in recente jaren en in de loop van de twintigste eeuw over dit onderwerp zijn gevoerd. We analyseren hoe zowel auteurs als onderzoekers hebben nagedacht over de relatie tussen veiligheid en literatuur. We vragen ons ook af hoe we ons zelf kunnen verhouden tot dat vraagstuk – in de klas, via creatieve media zoals vlogs en podcasts, en via aansprekende vormen van kritiek en cultuurjournalistiek. We maken daarbij steeds de vertaalslag naar de onderwijspraktijk: wat zouden we kunnen bespreken met leerlingen en wat juist niet, en kunnen we een inclusief en kritisch gesprek over literatuur mee helpen vormgeven?
Deze cursus is zeer geschikt voor studenten van de Educatieve Master. Dit vak richt zich mede (maar niet uitsluitend) op het literatuuronderwijs via de verdieping van de kennis van de primaire literatuur, verbreding van de belezenheid, inzicht in verschillende methoden en het verwerven van kritische, didactische en creatieve vaardigheden m.b.t. literatuuranalyse, literatuuronderwijs en journalistiek. De studenten gaan aan de slag met o.a. de vraag: Hoe vertalen de ontwikkelingen in de literatuur, het literaire veld en het literatuuronderwijs zich in de manier waarop neerlandici literatuur analyseren en kennis daarover overdragen? Daarbij wordt in elk college gebruikgemaakt van teksten die literatuurtheoretische en onderwijsfilosofische inzichten combineren met reflectie op didactiek. Studenten hebben de vrijheid om het educatieve aspect te benadrukken in hun opdrachten door expliciete verbindingen te leggen met de didactiek en/of door te focussen op een vertaalslag die aansprekend is voor leerlingen maar zijn daartoe niet verplicht.
Om een gelijkwaardig startniveau te realiseren is het noodzakelijk dat deelnemers beschikken over elementaire analytische en letterkundige kennis en vaardigheden, zoals uiteengezet in gemakkelijk verkrijgbare handboeken als Erica van Boven en Gillis Dorleijn, Literair mechaniek: de analyse van verhalen en gedichten (derde of latere druk) en/of Kiene Brillenburg Würth en Ann Rigney (red.), Het leven van teksten: een inleiding tot de literatuurwetenschap en/of Jan Rock, Gaston Franssen en Femke Essink, Literatuur in de wereld: handboek moderne letterkunde.
Interactieve werk-/hoorcolleges.
Examen informatie
Essay 50%
Publieksgericht product zoals podcast of vlog 30%
Leesvragen 20%
Binnen sommige opleidingen is het mogelijk om deze cursus voor 6 EC te volgen, in plaats van 5 ects. In dat geval lees je, naast de verplichte teksten in deze cursus, alle teksten die in de Weekplanning als ‘Optioneel’ staan. Daarnaast schrijf je een essay van 2.500 woorden, in plaats van 2.000 woorden, en verwerk je een extra, zelf gevonden, relevante secundaire tekst in het essay. Geef in week 1 bij de docenten aan dat je de cursus voor 6 ects wilt volgen.
5 EC = 140 uur, waarvan:
- 7 bijeenkomsten = 10 uur
- Lees-, kijk- en luisterwerk voor 7 bijeenkomsten = 48 uur
- Leesvragen: korte, online in te dienen beschouwingen met antwoorden op vragen over de te lezen teksten = 7 uur
- Podcast/vlog: publieksgerichte vormgeving van het onderlegde gesprek = 35 uur
- Essay: persoonlijk getoonzette reflectie op een literair fenomeen in het licht van inzichten over literatuur(onderwijs), burgerschap en/of veiligheid = 40 uur
Totaal = 140 uur
Meer informatie
| Vrijdag 20-11-2026 | UU Utrecht 11.00-12.45 |
| Vrijdag 27-11-2026 | online 11.00-12.45 |
| Vrijdag 04-12-2026 | UU Utrecht 11.00-12.45 |
| Vrijdag 11-12-2026 | online 11.00-12.45 |
| Vrijdag 18-12-2026 | UU Utrecht 11.00-12.45 |
| Vrijdag 25-12-2026 | Kerstvakantie |
| Vrijdag 01-01-2027 | Kerstvakantie |
| Vrijdag 08-01-2027 | geen college (extra vakantie UU) |
| Vrijdag 15-01-2027 | online 11.00-12.45 |
| Vrijdag 22-01-2027 | UU Utrecht 11.00-12.45 |
Boeken/Literatuur
De secundaire teksten worden digitaal beschikbaar gesteld via Moodle. Het studiemateriaal mag niet verder worden verspreid in verband met auteurs- en uitgeversrechten. Een aantal primaire teksten (romans en poëziebundels) dienen deelnemers zelf te verkrijgen – via de bibliotheek of boekhandel. Tweedehandsboeken zijn geen probleem, aangezien iedere druk is toegestaan. Ook e-boeken zijn prima. Luisterboeken zijn echter niet toegestaan.
Primaire literatuur nader te bepalen.
Kosten: tegen de 50 euro (afhankelijk van de boekedities).