Moderne letterkunde in de klas / in het onderwijs

Naam cursus

Moderne letterkunde in de klas / in het onderwijs: spreken en schrijven over literatuur als burgerschapsvaardigheid

Universiteit

UVA

Punten/Credits

5/6 EC

Cursusdatum

semester 1 (2022-2023)

Inschrijfdatum

01/06/2022 - 25/09/2022

Locatie

UTRECHT en online Let op: dit is veranderd!!

Naam docent

Prof.dr. Gaston Franssen (UvA)

E-mail contactpersoon

Prof. dr. Gaston Franssen (UvA)

Doel van de cursus

De student

• kan canonieke en niet-canonieke literatuur uit de 19de en 20ste eeuw analyseren en interpreteren in het licht van hedendaagse methoden en theorieën uit de neerlandistiek en literatuurwetenschap.
• kan canonieke en niet-canonieke literatuur uit de 19de en 20ste eeuw analyseren in het licht van onderwijs in Burgerschap.
• kan actuele artikelen uit de neerlandistiek en literatuurwetenschap kritisch lezen, vergelijken en problematiseren.
• kan methoden en technieken uit de gelezen literatuur maatschappelijk ‘vertalen’ , bijvoorbeeld naar de journalistiek of naar het literatuuronderwijs.

Uitgebreide omschrijving

De kennis en vaardigheden die een docent Nederlands of een neerlandicus nodig heeft om goed literatuuronderwijs in de moderne letterkunde te verzorgen zijn aan verandering onderhevig. De literatuur zelf verandert, het onderzoek naar die literatuur gaat door transformaties heen, en de maatschappij, ten slotte, stelt ook andersoortige vragen aan de neerlandicus dan vroeger, zoals: hoe verhoudt literatuur zich tot nieuwe media? Wat is de rol van literatuur in een pluriforme samenleving? En welke rol kan literatuur spelen in het onderwijs van nieuwe generaties leerlingen?

Dit vak richt zich op de verdieping van de kennis van de primaire literatuur, verbreding van de belezenheid, inzicht in verschillende methoden en het verwerven van kritische, didactische en creatieve vaardigheden m.b.t. literatuur(onderwijs). In de colleges worden primaire teksten gelezen náást academische publicaties over methodologische ontwikkelingen op het vlak van bijvoorbeeld literatuursociologie, representatiekritiek, mediatheorie, literatuurdidactiek, enzovoorts.
Leidende vragen zijn: welke veranderingen doen zich voor in de literaire cultuur, het literatuuronderzoek en het literatuuronderwijs? Hoe hangen die veranderingen samen? En hoe vertalen zij zich in de manier waarop neerlandici kennis over literatuur overdragen aan uiteenlopende groepen – van leerlingen tot volwassen lezers?

Dit jaar staat ‘het onderlegde gesprek over literatuur’ centraal in de cursus. Een belangrijk (maar zeker niet het enige) kenmerk van Nederlandse literaire teksten is dat ze bijdragen aan de circulatie van, en reflectie op, opvattingen over de rol van godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, afkomst, gender, fysieke en mentale beperkingen, en/of seksuele gerichtheid in de pluriforme, democratische Nederlandse samenleving (Kern wet ‘Verduidelijking burgerschap’).

Dat betekent dat het voeren van ‘onderlegde gesprekken’ over literaire teksten kan worden gerekend tot burgerschapsvaardigheden. Het gesprek over literaire teksten is – in feite al sinds de opkomst van het koffiehuis – een waardevolle oefenplaats voor democratie, participatie en identiteit. Maar hoe geef je dat gesprek effectief vorm in de publieke ruimte van nu? Hoe stel je je vragen af op relevante doelgroepen (leerlingen, studenten, professionals, algemeen geïnteresseerden)? En hoe verhoud je je tot de in rap tempo veranderende literaire cultuur van vandaag? Wat is literatuur anno nu, kortom, en tot wat voor gesprek nodigt zij uit?

In deze cursus zoeken we naar antwoorden op deze vragen door ons te verdiepen in nieuwe literaire ontwikkelingen en genres enerzijds en recente studies en publieksboeken óver deze ontwikkelingen en genres anderzijds. We analyseren hoe zowel auteurs als onderzoekers vormgeven aan het ‘onderlegde gesprek’ waartoe literatuur uitnodigt. We vragen ons ook af hoe we dat gesprek zelf kunnen vormgeven – in de klas, via creatieve media zoals vlogs en podcasts, en via aansprekende vormen van kritiek en cultuurjournalistiek.

Cursusopbouw

  • In de eerste week onderzoeken we de historische wortels van het begrip burgerschap. In de tweede week reflecteren we op de huidige invullingen (en beperkingen) van het begrip burgerschap. De daaropvolgende weken stellen steeds een vaardigheid centraal die wordt geassocieerd met burgerschap(sonderwijs). De lijst met te behandelen vaardigheden is niet uitputtend en zullen soms overlappen.
  • Elke week lezen we secundaire teksten, die een beeld geven van academische standpunten of onderzoeken rondom literatuur en burgerschap. Ook lezen we een primaire tekst, die we duiden in het licht van verschillende burgerschapsopvattingen of burgerschapsvaardigheden. Tot slot reflecteren we ook op voorbeelden van ‘gesprekken’ over burgerschap (in tijdschriften, podcasts of concrete onderwijsvoorstellen). In de colleges leggen we gezamenlijk verbanden tussen alle bestudeerde teksten.

Ingangseisen

Voorkennis

Om een gelijkwaardig startniveau te realiseren is het noodzakelijk dat deelnemers beschikken over elementaire analytische en letterkundige kennis en vaardigheden, zoals uiteengezet in gemakkelijk verkrijgbare handboeken als Erica van Boven en Gillis Dorleijn, Literair mechaniek: de analyse van verhalen en gedichten (derde of latere druk) en/of Kiene Brillenburg Würth en Ann Rigney (red.), Het leven van teksten: een inleiding tot de literatuurwet en/of Jan Rock, Gaston Franssen en Femke Essink, Literatuur in de wereld: handboek moderne letterkunde.

Examen informatie

Werkvormen
voorbereidende online opdrachten; werkgroepen

Toetsing
– Leesvraagopdrachten – Korte, online in te dienen tekst met antwoorden op tekstvragen 20%
– Podcast/vlog – Publieksgerichte vormgeving van het onderlegde gesprek  30%
– Essay – Persoonlijk getoonzette reflectie op literair fenomeen 50%

Studielast 
5 EC

UvA/VU 6 ECTS:
UvA/VU-studenten die 6 ECTS  nodig hebben, maken een langere of een extra opdracht. Dit dient met de docenten in week 1 te worden afgestemd. 

Boeken/Literatuur

NBB

Meer informatie

Vrijdagochtenden 11.00-12.45

Data on campus Utrecht (vanwege het grote aantal studenten dat ook de cursus Taalbeheersing in de praktijk volgt, zijn beide Masterlanguage cursussen on campus in Utrecht Centrum)
vr 4 november  Janskerkhof 15A – zaal 202
vr 18 november Janskerkhof 15A – zaal 202
vr 2 december  Janskerkhof 15A – zaal 202
vr 16 december Janskerkhof 15A – zaal 202

 

Informatie over bereikbaarheid en toegankelijkheid van Janskerkhof 15A is hier te vinden

 

Data Online:
vr 11 november online
vr 25 november online
vr 9 december online